Verkeer

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu

Overweg

Leerstof verkeer

Gedrag bij overwegen

     Indien aangeduid  door een van deze bakens dan is er sprake van een overweg.
Artikel 15a
1.
Weggebruikers mogen een overweg opgaan, indien zij direct kunnen doorgaan en de overweg geheel kunnen vrijmaken.
(Vooral van belang bij fileverkeer. Vaak wordt er geen aandacht aan de overweg gegeven met ernstige gevolgen.)
2. Bij overwegen laten weggebruikers een spoorvoertuig voorgaan en laten daarbij de overweg geheel vrij.

  

Bij het naderen van de overweg heeft de wegbeheerder tekens geplaatst om tijdig te kunnen reageren. Het weten aan welke zijde van de weg het baken staat kan zeker  bij slecht weer (mist) een hulp zijn om de juiste baan te volgen.
Aan de linkerzijde van de weg staat deze bebakening.Het bovenbord kan ook aangeven dat de overweg niet voorzien is van slagbomen.
 
             De balken wijzen naar het midden van de weg.

Aan de rechterzijde staat deze bebakening.
                  De balk wijst naar het midden van de weg.
           
Elke streep op het baken geeft 80 meter aan.
De bakens staan op 240 meter, 160 meter en 80 meter.
Is er een afwijkende afstand dan wordt deze vermeldt boven de streep.


Ook wordt er gewaarschuwd voor de bodemvrijheid bij b.v.
diepladers. In een tabellenboek kan de chauffeur zien hoeveel ruimte hij moet hebben om zonder problemen de overweg te kunnen oversteken.

    
Bij de nadering en voor het oversteken is het van belang om goed te kijken of er géén trein aankomt. Indien er lichten geplaatst zijn zijn deze zichtbaar aan de voor en achterkant. Dat kan zeker bij laagstaande zon helpen om tijdig gewaarschuwd te zijn.
Indien het rode licht knippert en/of de bel rinkelt mag u niet de overweg oprijden.
   
Indien de overweg door een begeleider van een railvoertuig een stopteken geeft met
, een rode vlag of een rode lamp bent u als weggebruiker verplicht om te stoppen.

Soorten:




 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu